Wanneer heb jij je voor het laatst verveeld?

Leestips

Elke
Elke
Elke is een gepassioneerde gezondheidsblogger met een diepgewortelde interesse in mentale gezondheid, spiritualiteit en psychologie. Op het platform "Bye Bye Cheeseburger" deelt Elke regelmatig haar expertise als gastblogger. Haar stukken richten zich op de verbanden tussen mentale gezondheid en spiritualiteit, en hoe deze aspecten ons dagelijks leven beïnvloeden. Elke gelooft sterk in een holistische benadering van welzijn, waarbij lichaam, geest en ziel in harmonie moeten zijn om echt gelukkig en gezond te zijn.

Ik zat vorige maand in een wachtzaal. De dokter liep uit, er lagen tijdschriften uit 2019, en er hing zo’n klok die je hoort tikken zodra je hem opmerkt.

Binnen de veertig seconden had ik mijn telefoon in mijn hand. Niet omdat er iets was, niet omdat ik iets wou opzoeken. Gewoon: hand in tas, scherm aan.

En toen bedacht ik dat ik me de laatste keer dat ik me echt verveeld had niet meer kon herinneren. Niet als kind, niet vorig jaar, niet vorige week. Het is een gevoel dat ergens uit mijn leven verdwenen is zonder dat ik het heb zien vertrekken.

Ik ben dat gaan uitzoeken, met het plan om een stuk te schrijven over hoe goed vervelen is voor je. Dat stuk kon ik niet schrijven. Wat ik in de plaats vond, vond ik eerlijk gezegd interessanter.

Wat verveling eigenlijk is

Ik dacht altijd dat verveling zoiets was als luiheid met een ander jasje aan. Niets te doen hebben en er niets van maken.

De definitie die onderzoekers gebruiken is scherper en veel minder vriendelijk. Verveling is de onaangename toestand waarin je je wél met iets bevredigends wíl bezighouden, maar dat niet lukt.

Dat wantje is de kern. Verveling is geen afwezigheid van verlangen, het is verlangen dat nergens terechtkan. Daarom is verveling ook geen rust. Het is eerder een motor die aanstaat terwijl de wagen in neutraal staat.

De Canadese onderzoeker James Danckert vergelijkt het met pijn: een alarmsignaal. Verveling zegt dat wat je nu doet niet beantwoordt aan iets dat je nodig hebt — het gevoel dat je bekwaam bent, dat je handelingen ergens toe doen.

En dan komt het onbehaaglijke deel van die vergelijking. Verveling vertelt je dát er iets moet veranderen, maar niet wát. Ze duwt je even hard richting een wandeling als richting een fles wijn of een uur scrollen. Het is een alarm zonder instructie.

De studie die iedereen citeert, en bijna niemand goed leest

Er is één onderzoek dat je gegarandeerd al eens tegenkwam, meestal in een zin als: mensen kiezen liever een elektrische schok dan alleen te zijn met hun gedachten.

Wat er echt gebeurde: onderzoekers zetten deelnemers vijftien minuten alleen in een kale kamer met een knopje waarmee ze zichzelf een schokje konden geven.

Zevenenzestig procent van de mannen drukte minstens één keer. Vijfentwintig procent van de vrouwen. Die cijfers gaan over tweeënveertig mensen. En er was één deelnemer die zichzelf honderdnegentig keer schokte — die werd uit de analyse gehaald, wat verstandig is, maar het zegt wel iets over hoe fragiel zo’n resultaat is.

Een meerderheid van de vrouwen drukte dus gewoon niet. Dat detail wordt vrijwel nooit vermeld, en het verandert het verhaal volledig.

Maar het mooiste komt nog. Toen andere onderzoekers vroegen wáárom mensen op dat knopje drukten, bleek het bij veertien van de achttien niet te gaan om ontsnappen aan hun gedachten. Ze waren gewoon nieuwsgierig naar de schok. In vier vervolgexperimenten met ruim tweehonderdvijftig deelnemers werd de “ik vlucht voor mijn eigen hoofd”-verklaring uitdrukkelijk verworpen.

Wij zijn dus niet bang van onze gedachten. We zijn nieuwsgierig naar het knopje. Dat vind ik eigenlijk een veel mooier portret van de mens.

Wat wél overeind blijft — en dat is in elf landen met ruim tweeduizendvijfhonderd deelnemers bevestigd — is iets bescheideners: nadenken voor je plezier vinden we minder leuk dan iets dóen. Dat is niet hetzelfde als het haten.

Waarom grijpen we dan meteen naar dat scherm?

Een Vlaming pakt zijn smartphone gemiddeld negenenzeventig keer per dag op, goed voor ruim drie uur schermtijd. Die cijfers komen deels uit echte metingen, niet uit wat mensen zelf zeggen.

Negenenzeventig keer per dag is ongeveer één keer per kwartier dat je wakker bent. Dat is niet toevallig het aantal gaatjes dat een dag heeft.

Maar wat me het meest is bijgebleven, is een onderzoek dat keek wíé het vaakst naar zijn telefoon grijpt. Het bleken niet de mensen die zich het vaakst vervelen. Het waren de mensen die verveling het minst kunnen verdrágen.

Niet het gevoel drijft ons, maar onze afkeer ervan. Wij zijn niet verveeld. Wij zijn bang om het te worden.

En helpt die telefoon dan?

Dat is de vraag die je zou verwachten, en het antwoord is minder aangenaam dan je hoopt.

Onderzoekers volgden drieëntachtig doctoraatsstudenten en logden hun telefoongebruik automatisch mee, terwijl ze elk uur rapporteerden hoe moe en hoe verveeld ze waren. Zoals verwacht: hoe verveelder of vermoeider, hoe sneller de telefoon in de hand. Maar daarna kwam de vervelende bevinding. Ná het telefoongebruik waren ze méér vermoeid en méér verveeld.

In een ander onderzoek met ruim vierhonderd studenten kregen deelnemers een pauze: met hun gsm, op papier, op de computer, of helemaal geen pauze. De groep met de gsm presteerde daarna nauwelijks beter dan de groep die géén pauze had gekregen.

Een pauze met je telefoon is dus ongeveer zo verkwikkend als geen pauze. Je hebt het gaatje wel opgevuld, maar je hebt er niets aan overgehouden.

Maakt verveling je creatiever?

Hier hoopte ik ja te kunnen zeggen. Het is het idee waar de halve wellnessindustrie op draait, en ik geloofde het zelf ook.

De studie waar het altijd op teruggaat is er een uit 2014. Deelnemers moesten een kwartier lang telefoonnummers overschrijven uit een telefoonboek en daarna zoveel mogelijk toepassingen bedenken voor twee plastic bekertjes. De verveelde groep bedacht er meer.

Er zijn twee dingen die je daar meestal niet bij leest. De groepen telden dertig tot veertig mensen, en de verveelde deelnemers bedachten wel méér ideeën, maar niet bétere. Op originaliteit was er geen verschil.

En in 2023 deed een onderzoeksgroep het over, met bijna tweehonderd deelnemers en een echte controlegroep. Het effect kwam niet terug. Sterker nog: wie zich vóór de taak meer verveeld voelde, presteerde creatief net iets slechter.

Een overzicht van zevenentwintig studies uit 2024 kwam tot dezelfde nuchtere slotsom: er is geen duidelijk effect aan te wijzen, niet in de ene richting en niet in de andere.

Verveling maakt je dus niet creatief. Dat is een cliché dat ondertussen op één wankele studie steunt, en ik heb het zelf jarenlang doorverteld.

Wat werkt er dan wél?

Er is wél iets dat standhoudt, en het is bescheidener en bruikbaarder.

Als je vastzit op een probleem en je legt het even weg, kom je er daarna vaker uit. Dat heet het incubatie-effect, en het is samengevat over honderdzeventien studies met ruim drieduizend deelnemers. Het effect is klein maar reëel.

En nu het detail dat alles verandert. Uit diezelfde analyse blijkt dat een pauze mét een lichte bezigheid het beter doet dan volledige rust. Wandelen. Afwassen. Iets doen waar je hoofd niet bij hoeft te zijn.

Dat is geen pleidooi voor nietsdoen. Dat is een pleidooi voor de afwas.

Ik moet zeggen dat ik dat herken. Mijn beste ideeën zijn nooit gekomen terwijl ik naar het plafond staarde. Ze kwamen onder de douche, tijdens het strijken, en één keer terwijl ik de trap aan het dweilen was.

Bored

Is een dwalende geest echt een ongelukkige geest?

Nog zo’n zin die je overal tegenkomt, uit een beroemd onderzoek met ruim tweeduizend deelnemers en een kwart miljoen metingen. Onze gedachten dwalen ongeveer de helft van de tijd af, en op die momenten waren mensen minder gelukkig.

Alleen: dat percentage blijkt sterk af te hangen van hoe je de vraag stelt — schattingen schommelen tussen tien en zestig procent. En de conclusie is er intussen aardig van langs gekregen.

Een studie die mensen een week lang meerdere keren per dag bevroeg, vond de omgekeerde volgorde: verdriet ging vooráf aan het afdwalen, niet andersom. En een ander onderzoek met ruim honderd deelnemers vond dat afdwalen naar iets interessants gepaard ging met een bétere stemming dan geconcentreerd bezig zijn.

Het is dus niet het dwalen dat je ongelukkig maakt. Het is waar je naartoe dwaalt. Piekeren en dagdromen zien er van buitenaf hetzelfde uit, en dat zijn ze niet.

Wanneer verveling wél een probleem is

Ik wil dit stuk niet afsluiten met “vervelen is gezond”, want dat zou oneerlijk zijn.

Er is namelijk een hele hoop onderzoek dat verveling koppelt aan somberheid, angst, middelengebruik, gokken en agressie. In een Amerikaans onderzoek bij ruim eenentwintigduizend scholieren rapporteerde ongeveer één op de vijf verhoogde verveling, en die groep had het op meerdere vlakken moeilijker.

Maar er zit een verschil in dat bijna nooit gemaakt wordt, en het is essentieel. Al die zorgwekkende bevindingen gaan over verveling als karaktertrek — de neiging om overal en altijd verveeld te raken, om nergens betrokkenheid in te vinden.

Dat is iets anders dan een saaie zondagnamiddag. De ene is een aanleg, de andere een moment. Wie die twee door elkaar haalt, kan tegelijk beweren dat verveling gezond is en dat ze naar depressie leidt, en dan klopt er niets meer van.

Verveel je je bijna nooit? Dan is er weinig aan de hand. Voelt niets meer de moeite waard, weken aan een stuk? Dan is dat geen verveling meer, en dan is dat het bespreken waard.

En niksen dan?

Ik wou dit graag geloven, want het klinkt heerlijk.

Niksen wordt internationaal verkocht als een Nederlandse levenskunst, in dezelfde reeks als hygge en lagom. Ik heb gezocht naar onderzoek dat het als methode getest heeft, en ik heb niets gevonden. Geen enkele studie.

Dat betekent niet dat rust nutteloos is — er is degelijk werk over wat je brein doet wanneer je niet naar buiten gericht bent, en het schakelt zeker niet uit. Maar niksen als benoemd recept is een lifestylevondst, geen bevinding.

En als ik heel eerlijk ben: dat het geen keurmerk heeft, wil niet zeggen dat je het niet mag doen. Je hebt geen wetenschappelijke rechtvaardiging nodig om een halfuur op een bank te zitten.

Wat ik sindsdien probeer

Niet veel, en dat is met opzet.

Ik heb geen digitale detox gedaan en geen schermvrije zondagen ingevoerd. Ik probeer alleen de allerkleinste gaatjes niet meer op te vullen. De wachtzaal. De rij aan de kassa. De drie minuten tot het water kookt.

Wat me daarbij helpt, is dat ik gestopt ben mezelf voor te houden dat het goed voor me is. Het maakt me niet creatiever en het maakt me niet gelukkiger. Het is gewoon een gevoel dat bij mijn dag hoort en waar ik jarenlang met een schermpje voor ben weggelopen.

En één ding is wel veranderd. Ik wandel nu vaker zonder podcast in mijn oren. Niet in stilte omdat het moet, maar omdat ik gemerkt heb dat er onderweg dingen in mijn hoofd afgeraken die anders blijven liggen.

Het gaatje van drie minuten

Verveling is geen deugd. Ze is geen creativiteitsmachine, geen mindfulnessoefening en geen Deense levenskunst met een Nederlandse naam.

Ze is gewoon een gevoel dat zegt: dit is het niet, zoek iets anders. Meer betekent het niet, en minder ook niet.

Wat we ermee doen sinds we een telefoon hebben, is het alarm afzetten zonder ooit te kijken waar het vandaan kwam.

Probeer het eens, de volgende keer dat je ergens moet wachten. Niet een uur. Drie minuten. Kijk gewoon wat er gebeurt in een hoofd dat je al een tijd niet meer alleen hebt gelaten.

Bronnen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Gerelateerde artikelen