Waarom voelt de laatste week van je vakantie zo kort? Over tijd, aandacht en herinneringen

Leestips

Elke
Elke
Elke is een gepassioneerde gezondheidsblogger met een diepgewortelde interesse in mentale gezondheid, spiritualiteit en psychologie. Op het platform "Bye Bye Cheeseburger" deelt Elke regelmatig haar expertise als gastblogger. Haar stukken richten zich op de verbanden tussen mentale gezondheid en spiritualiteit, en hoe deze aspecten ons dagelijks leven beïnvloeden. Elke gelooft sterk in een holistische benadering van welzijn, waarbij lichaam, geest en ziel in harmonie moeten zijn om echt gelukkig en gezond te zijn.

Op de eerste ochtend van je vakantie duurt een dag nog een dag. Je wordt wakker zonder te weten hoe laat het is, je ontbijt duurt anderhalf uur, je gaat wandelen, je leest, en om vier uur denk je: is het nog maar vier uur?

En dan, ergens rond dag negen, klapt het dicht. Je bent nog maar net begonnen en er zijn nog drie dagen over. Je koffer ligt al half in je hoofd gepakt. Wat er met die tussenliggende week gebeurd is, weet niemand.

Maar hier wordt het pas echt vreemd. Als je drie weken later terugkijkt op diezelfde vakantie, lijkt ze plots láng. Je hebt zoveel gedaan. Die eerste dag voelt aan alsof hij maanden geleden was. Twee tegengestelde gevoelens over exact dezelfde veertien dagen.

Waarom vliegt de tijd juist als het leuk is?

De Britse schrijfster en psycholoog Claudia Hammond gaf dit een naam: de holiday paradox. Haar verklaring is dat we tijd op twee manieren beleven, en dat die twee tijdens een vakantie uit elkaar gaan lopen.

De eerste manier is prospectief: hoe snel de tijd voelt terwijl hij bezig is. En daar geldt een simpele regel: hoe minder je op de klok let, hoe sneller hij gaat. Op een gewone dinsdag met vier vergaderingen kijk je twintig keer op je horloge. Op vakantie bijna nooit. Je bent bezig met wat er gebeurt in plaats van met hoelang het duurt, en dus is het plots avond.

Ik moet hier wel eerlijk bij zeggen dat de holiday paradox uit een populairwetenschappelijk boek komt, niet uit één experiment dat je kan aanwijzen. Het is een elegante lezing van bestaand onderzoek. Maar iedereen die ooit op vakantie geweest is, herkent hem meteen, en dat telt voor mij ook.

Waarom lijkt diezelfde week achteraf net lang?

De tweede manier is retrospectief: hoe lang een periode voelt als je erop terugkijkt. En daar gebruikt je brein een heel andere maatstaf, namelijk hoeveel afzonderlijke herinneringen je eraan hebt.

Een gewone werkweek levert er weinig op, omdat alle dagen op elkaar lijken. Je herinnert je niet vijf dinsdagen, je herinnert je één samengevatte dinsdag. Een week in een onbekende stad levert er tientallen op: het café waar de koffie tegenviel, de trap die steiler was dan verwacht, de regenbui, het gesprek met die vrouw op de bank.

Je hoofd telt die momenten en concludeert: dat moet lang geduurd hebben.

Dat is de paradox in één zin. Tijdens de vakantie vliegt de tijd omdat je er niet naar kijkt. Achteraf lijkt ze lang omdat je zoveel gezien hebt.

Vertraagt de tijd echt in bijzondere momenten?

Er is een verwant idee dat je vaak hoort: dat de tijd letterlijk vertraagt op intense momenten. Bij een bijna-ongeval, bij een val, bij schrik.

Neurowetenschapper David Eagleman heeft dat getest, en de opzet is heerlijk absurd. Hij liet twintig deelnemers eenendertig meter naar beneden vallen van een toren — bijna twee en een halve seconde vrije val — met een schermpje op hun pols waarop cijfers zo snel wisselden dat je ze normaal niet kan lezen. Als de tijd echt vertraagde, moesten ze die cijfers kunnen zien.

Ze konden het niet. Hun waarneming was niets scherper dan op de grond. Maar toen ze achteraf moesten schatten hoelang hun val geduurd had, schatten ze hun eigen val gemiddeld 36 procent langer dan die van iemand anders.

De tijd vertraagt dus niet in het moment. Je geheugen legt het moment gewoon veel gedetailleerder vast, en achteraf lees je die rijkdom terug als duur. Precies hetzelfde mechanisme als je vakantie, maar dan in tweeënhalve seconde.

Klopt het dat tijd sneller gaat naarmate je ouder wordt?

Dit is het cliché dat elke verjaardag terugkomt, meestal met de uitleg erbij dat een jaar voor een vijftigjarige maar een vijftigste van zijn leven is, en voor een vijfjarige een vijfde.

Die verklaring klinkt mooi. Ze houdt alleen geen stand.

Onderzoekers legden bijna 1.900 mensen tussen zestien en tachtig de vraag voor hoe snel de voorbije week, maand en jaar waren gegaan. De leeftijdsverschillen waren, in hun eigen woorden, verwaarloosbaar klein. Alleen bij de vraag over de laatste tien jaar vonden ze een echt leeftijdseffect, en dat verklaarde nog geen vijf procent van de verschillen tussen mensen.

De wiskundige voorspellingen van de proportionele theorie kwamen bovendien helemaal niet uit. De cijfers die eruit hadden moeten rollen, rolden er niet uit.

En toen kwam het interessantste. De sterkste voorspeller van het gevoel dat de tijd vliegt, was niet leeftijd maar haast. Hoe meer mensen zich opgejaagd voelden in hun dagelijks leven, hoe sneller de tijd voor hen ging — dat verklaarde dubbel zoveel als leeftijd.

Dat zet de hele klacht op zijn kop. Je jaren vliegen niet voorbij omdat je ouder wordt. Ze vliegen voorbij omdat je gehaast bent.

Maakt fotograferen je herinnering beter of slechter?

Ik ben zo iemand die op reis veel te veel foto’s neemt en ze daarna nooit meer bekijkt, dus deze vraag interesseert me persoonlijk.

Het antwoord is helaas dubbel. In één studie kregen studenten een rondleiding in een museum, waarbij ze sommige objecten enkel mochten bekijken en andere mochten fotograferen. Een dag later herinnerden ze zich mínder van de gefotografeerde objecten. De onderzoekster noemde het treffend: als je technologie laat onthouden, onthoud je zelf minder.

Maar er is één detail dat me is bijgebleven. Wie inzoomde op een bepaald detail, verloor dat geheugenvoordeel níet — ook niet voor de delen die buiten het kader vielen. Inzoomen is aandacht. Klikken is dat niet.

En ander onderzoek, met bijna driehonderd deelnemers in echte musea en virtuele galerijen, kwam tot een genuanceerder resultaat: wie foto’s nam had juist een béter visueel geheugen, ook van dingen die ze niet fotografeerden — maar een slechter auditief geheugen. Ze hoorden minder van de audiogids.

De eerlijke conclusie is dus niet dat fotograferen je herinnering verpest. Het stuurt je aandacht naar wat je ziet, en weg van al de rest. Je kiest, of je het beseft of niet.

Waarom je achteraf denkt dat het leuk was

Nog één bevinding die ik niet meer uit mijn hoofd krijg.

Onderzoekers manipuleerden in zeven experimenten de klok waar deelnemers naar keken, zodat mensen dachten dat er meer of minder tijd voorbij was dan in werkelijkheid. Wie geloofde dat de tijd sneller was gegaan dan verwacht, rapporteerde achteraf meer betrokkenheid bij de taak, minder ergernis aan een irritant geluid, en meer plezier aan muziek.

Dezelfde ervaring, alleen een andere klok.

Wij redeneren dus ook achterstevoren: de tijd vloog, dus het zal wel leuk geweest zijn. Dat is een prachtig cadeau van je brein, en het is precies waarom je vakantie in je herinnering waarschijnlijk beter was dan ze op sommige momenten daadwerkelijk aanvoelde. Die ochtend waarop het regende en jullie ruzie hadden over de route — die is er in de eindmontage gewoon uit geknipt.

Hoe ik mijn weken iets breder probeer te maken

Als het aantal onderscheidbare herinneringen bepaalt hoe lang een periode achteraf voelt, dan is de conclusie eenvoudig, ook al is ze niet makkelijk: je maakt je leven langer door het te variëren, niet door het te vullen.

Wat ik daarvan probeer toe te passen is klein. Een andere weg naar het werk, ook al is die drie minuten trager. Op zondag eens naar een dorp waar ik nooit kom in plaats van naar hetzelfde bos. Een keer per maand iets doen waarvan ik vooraf niet zeker weet of ik het leuk ga vinden.

En het omgekeerde ook: minder haasten. Als haast de sterkste voorspeller is van het gevoel dat je jaar voorbijvliegt, dan is trager doen geen luxe maar een manier om je eigen tijd terug te winnen.

Het klinkt tegenstrijdig dat je een week langer maakt door er minder in te proppen. Maar een volle week en een rijke week zijn niet hetzelfde. Een volle week vergeet je. Een rijke week blijft.

De tijd is niet je vijand

Ik denk dat we de laatste dagen van een vakantie zo zwaar maken omdat we ze meten met het verkeerde instrument. We tellen wat er nog rest, in plaats van wat er al is.

En intussen is dat andere systeem, dat van je geheugen, rustig aan het werk. Dat systeem is niet aan het aftellen. Dat is aan het verzamelen.

Over een maand zal die vakantie langer voelen dan ze aanvoelde. Over een jaar nog langer. Dat is geen troostprijs.

Tijd gaat niet snel of traag. Ze gaat gewoon, en jij bepaalt hoeveel je ervan meeneemt.

Bronnen

  1. Claudia Hammond, Time Warped — toelichting bij de holiday paradox — https://www.themarginalian.org/2013/07/15/time-warped-claudia-hammond/
  2. Stetson, Fiesta & Eagleman (2007), Does Time Really Slow Down during a Frightening Event? PLOS ONE — https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371%2Fjournal.pone.0001295
  3. Pariyadath & Eagleman (2007), The Effect of Predictability on Subjective Duration, PLOS ONE — https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371%2Fjournal.pone.0001264
  4. Friedman & Janssen (2010), Aging and the speed of time, Acta Psychologica — https://researchmap.jp/read0153473/published_papers/1402627/attachment_file.pdf
  5. Sackett et al. (2010), You’re Having Fun When Time Flies, Psychological Science — https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/0956797609354832
  6. Association for Psychological Science over Henkel (2014), No Pictures, Please: Taking Photos May Impede Memory of Museum Tour — https://www.psychologicalscience.org/news/releases/no-pictures-please-taking-photos-may-impede-memory-of-museum-tour.html
  7. ScienceDaily over Barasch et al. (2017), Taking photos of experiences boosts visual memory, impairs auditory memory — https://www.sciencedaily.com/releases/2017/06/170626124329.htm
  8. Munawar, Kuhn & Haque (2018), Understanding the reminiscence bump: A systematic review, PLOS ONE — https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371%2Fjournal.pone.0208595

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Gerelateerde artikelen