De klok gaat terug: waarom slaapwetenschappers precies het uur willen dat bijna niemand wil

Leestips

Evelien
Evelien
Evelien is een enthousiaste health blogger met een diepgewortelde passie voor alles wat met welzijn te maken heeft. Met haar deskundige advies inspireert ze dagelijks haar volgers om hun gezondheid op de eerste plaats te zetten. Evelien gelooft in de kracht van natuurlijke voeding en beweging als de sleutel tot een energiek en harmonieus leven.

Van de twee keer dat we de klok verzetten, is dit de leuke. Je krijgt een uur cadeau, je mag uitslapen, en niemand staat de dag erna te klagen bij de koffiemachine.

In de praktijk krijg je ongeveer drieëndertig minuten. En vanaf diezelfde zondag val je om kwart voor zes al in het donker, precies op het moment dat heel Vlaanderen op de fiets naar huis rijdt.

Wat me bij het uitzoeken van dit onderwerp het meest verbaasde, is niet dat de klokwissel onhandig is. Het is dat vrijwel elke slaapvereniging ter wereld pleit voor het uur waarvan de meeste mensen af willen — en dat er goede redenen voor zijn die zelden worden uitgelegd.

Wat er precies gebeurt in de nacht van 24 op 25 oktober

Zaterdagnacht om drie uur springt de klok terug naar twee uur. Dat uur tussen twee en drie beleef je dus twee keer, en die nacht duurt vijfentwintig uur.

Concreet voor Brussel: op zaterdag 24 oktober komt de zon op om 08.20 uur en gaat ze onder om 18.34 uur. Op zondag is dat 07.22 en 17.32. Allebei precies een uur vroeger.

Eén detail dat weinig mensen kennen: de vroegste zonsondergang van het jaar valt niet op 21 december, maar rond 13 december, om 16.37 uur. En de latest zonsopgang pas rond oudejaar, om 08.45 uur. Dat komt door de vorm van de aardbaan, en je kan het zelf nakijken.

Nee, je verliest geen uur daglicht

Dit is het hardnekkigste misverstand van het hele onderwerp, en het is in één zin te weerleggen.

Op zondag 25 oktober is het in Brussel tien uur en tien minuten licht. Dat zou exact hetzelfde zijn als we de klok niet verzetten. Hoeveel daglicht er is, wordt bepaald door de stand van de aardas, niet door een wetgever.

Wat wél verandert, is wáár die tien uur op de klok staan. Het uur verhuist van de avond naar de ochtend. Je verliest geen licht; je krijgt het op een ander moment.

Waarom het dan toch als verlies voelt, is logisch. Voor wie van negen tot vijf werkt, verdwijnt dat uur uit de vrije tijd en komt het terug tijdens de ochtendspits of op kantoor. Daar komt bij dat de wissel samenvalt met de periode waarin het daglicht sowieso het snelst afneemt: eind oktober verliest Brussel ongeveer vier minuten per dag. In zeven dagen tijd is dat bijna een halfuur. Die twee dingen worden door elkaar gehaald.

homeostase en slapen

Krijg je echt een uur extra slaap?

Onderzoekers maten het bij 11.780 Britten met bewegingsmeters om de pols, dus niet met vragenlijsten.

Op de zondag van de herfstwissel sliepen ze gemiddeld drieëndertig minuten langer dan de zondag ervoor. Bij de lentewissel verloren ze vijfenzestig minuten.

De asymmetrie is dus behoorlijk: de lente kost dubbel zoveel als de herfst oplevert. Het cadeau is half zo groot als de rekening in maart.

En het is ook niet voor iedereen een cadeau. In een Canadees onderzoek bij ruim 30.000 mensen tussen 45 en 85 jaar rapporteerde in de week ná de overgang naar het winteruur een derde méér mensen dat ze ontevreden waren over hun slaap, met meer moeite om in te slapen en door te slapen. Twee weken later was dat weer weg.

Wie daar het meest last van heeft, is contra-intuïtief. Niet de avondmensen — voor hen schuift de klok net de goede kant op. Het zijn de ochtendmensen en de korte slapers die het lastig hebben, want die worden na de wissel nóg vroeger wakker.

Wat de herfstwissel met je hart doet (en vooral niet doet)

Je leest elk jaar dat het verzetten van de klok hartinfarcten veroorzaakt. Dat verhaal verdient een opruimbeurt.

Het begon met een Zweedse analyse uit 2008 van twintig jaar hartinfarctregistratie, gepubliceerd in The New England Journal of Medicine. De lentewissel gaf ongeveer vijf procent meer infarcten in de week erna. Dat was statistisch significant.

De herfstwissel gaf ongeveer anderhalf procent mínder — en dat was níét significant. Toch is net dat cijfer uitgegroeid tot de bewering dat het winteruur je hart beschermt. Dat is meer dan er staat.

De meta-analyses erna bevestigen dat beeld. Een analyse van zeven studies met ruim 115.000 mensen vond voor de lente een effect van ongeveer vijf procent, en voor de herfst niets. Een strengere Duitse meta-analyse uit 2024 met twaalf studies uit tien landen kwam voor de lente op vier procent en voor de herfst op nul.

En toen kwam vorig jaar de grootste studie tot nu toe: bijna 170.000 Amerikaanse hartinfarctpatiënten over tien jaar. De onderzoekers van Duke University vonden geen enkele golf, in geen van beide richtingen. Hun conclusie was dat de eerdere bevindingen waarschijnlijk vertekend waren door kleinere steekproeven.

De eerlijke samenvatting: er is een zwak signaal voor de lentewissel, en voor de herfstwissel is er vrijwel niets. Als iemand je vertelt dat je hart dit weekend gevaar loopt, mag je dat gerust naast je neerleggen.

Wat er volgens de breedste overzichtsstudie tot nu toe — 157 studies uit 36 landen — wél bij de herfstwissel hoort, is positief: iets langere slaap, minder arbeidsongevallen, en een licht lagere totale sterfte. Het enige nadeel dat eruit kwam, was meer geweldsmisdrijven. De auteurs pleiten op basis daarvan uitdrukkelijk níét voor afschaffing.

Waar het risico wél zit: de donkere avondspits

Hier zijn de cijfers een stuk minder geruststellend, en ze zijn Belgisch.

Vias institute vergeleek tien jaar ongevallendata en stelde vast dat het aantal voetgangersongevallen tijdens de avondspits, tussen vier en zeven uur, met vijfendertig procent toeneemt na de klokwissel. Het aantal zwaargewonde of overleden voetgangers ligt in november zevenenzeventig procent hoger dan in oktober. En de ernst verschilt: 110 ernstige slachtoffers per duizend ongevallen in oktober tegenover 144 in november.

De verklaring van Vias is simpel. Chauffeurs zien voetgangers later, remmen later, en de impactsnelheid ligt daardoor hoger.

Ik moet er wel eerlijk bij zeggen dat dit een vergelijking is tussen oktober en november, en niet een zuivere meting van het klokeffect. November is sowieso donkerder, natter en vaker glad. De klok is daar een deel van, niet het hele verhaal.

Amerikaans onderzoek voegt daar een nuance aan toe die je zelden hoort: het licht verplaatsen helpt de ene groep en schaadt de andere. Bij de lentewissel daalde het aantal dodelijke ongevallen met voetgangers en fietsers, maar steeg het aantal met inzittenden van auto’s, waardoor er netto weinig overbleef.

Wat daar wel uit volgt, is heel praktisch: haal vanaf dit weekend je fluohesje en je fietslichten boven. Dat is de enige maatregel in dit hele artikel die meteen levens scheelt.

En de stemming?

Er is één Deense studie die telkens terugkomt. Op basis van ruim 185.000 ziekenhuiscontacten voor depressie tussen 1995 en 2012 vonden onderzoekers na de overgang naar het winteruur een stijging van elf procent in het aantal nieuwe depressieve episodes, die over ongeveer tien weken wegebde. Na de lentewissel zagen ze dat niet.

Dat klinkt alarmerend, en er zijn drie redenen om voorzichtig te zijn.

Het gaat om ziekenhuiscontacten, niet om depressie zelf — zorggebruik heeft zijn eigen seizoenspatronen. Elf procent is een relatieve stijging op een beperkt absoluut aantal. En het effect dooft uit over precies de tien weken waarin het daglicht in Denemarken in vrije val gaat. De auteurs zoeken hun verklaring dan ook niet in het uurtje zelf, maar in de donkere zonsondergang en het naderen van de winter.

De juiste conclusie is dus niet dat het winteruur mensen depressief maakt. Het is dat de herfst dat doet, en dat de klokwissel toevallig op dezelfde weken valt.

Het uur dat bijna niemand wil, en dat alle slaapwetenschappers willen

Dit is de kern van het verhaal, en het verrast bijna iedereen.

De Amerikaanse Sleep Research Society, de American Academy of Sleep Medicine met meer dan twintig mede-ondertekenende organisaties, de Europese slaap- en bioritmeverenigingen samen, de British Sleep Society, het Nederlandse BioClock Consortium en het RIVM: ze pleiten allemaal voor hetzelfde. Afschaffen van de wissel, en dan permanent wínteruur.

Ondertussen koos in de grote Europese raadpleging van 2018 zesenvijftig procent van de respondenten voor permanent zomeruur, tegenover zesendertig procent voor permanent winteruur.

Maar hier wordt het interessant voor ons. Toen de Belgische regering in 2019 een eigen enquête liet uitvoeren bij tweeduizend mensen, koos vijftig procent voor het winteruur en vijfenveertig procent voor het zomeruur. In Vlaanderen was dat tweeënvijftig tegenover drieënveertig.

De Vlaming wil dus, anders dan de gemiddelde Europeaan, precies wat de slaapwetenschap aanbeveelt. Dat cijfer haalt zelden het nieuws.

Waarom ochtendlicht het verschil maakt

Het argument van de chronobiologen draait om één mechanisme.

Je biologische klok loopt van nature iets langer dan vierentwintig uur. Ze moet dus elke dag een duwtje naar voren krijgen, en dat duwtje is licht in de ochtend. Licht in de avond doet het omgekeerde: dat vertraagt je klok.

Daar komt bij dat daglicht tot duizend keer intenser is dan het licht binnenshuis. Je lampen zijn geen vervanging, ook niet de goede.

Permanent zomeruur doet dan precies twee dingen fout tegelijk. Het haalt licht weg uit de ochtend, op het moment dat je het nodig hebt om je klok gelijk te zetten, en het voegt licht toe aan de avond, wat je klok verder vertraagt. In Glasgow zou de zon onder zo’n regime in de winter pas om kwart voor tien opkomen — ruim na het begin van de werkdag.

En dan het punt dat voor België echt telt

De referentiemeridiaan van onze tijdzone ligt op vijftien graden oosterlengte, ergens aan de Duits-Poolse grens. Brussel ligt op ruim vier graden.

Dat betekent dat onze klok zelfs in het winteruur ongeveer drieënveertig minuten vóórloopt op de echte zonnetijd. Op 25 oktober staat de zon in Brussel het hoogst om 12.27 uur, niet om twaalf uur. In het zomeruur loopt de klok een uur en drieënveertig minuten voor.

België zit dus al permanent in een soort half zomeruur, ook in de winter. En historisch hoorden we gewoon bij de Greenwich-tijdzone: in 1892 nam België die aan als wettelijke tijd. Het huidige regime is een erfenis van de Eerste Wereldoorlog.

Twee getallen vatten de hele discussie samen. Onder permanent winteruur zijn er in Brussel nul dagen per jaar waarop de zon pas na negen uur opkomt. Onder permanent zomeruur zouden dat er achtentachtig zijn — bijna drie maanden waarin schoolkinderen in het donker vertrekken.

Dat is niet theoretisch. Rusland probeerde permanent zomeruur tussen 2011 en 2014 en draaide het terug. De Verenigde Staten probeerden het in 1974: de steun kelderde in twee maanden van negenenzeventig naar tweeënveertig procent, en de maatregel werd nog datzelfde jaar ingetrokken.

Waarom Europa al zeven jaar niets beslist

De Europese raadpleging van 2018 kreeg ruim vier en een half miljoen antwoorden, waarvan vierentachtig procent voor afschaffing. Het Europees Parlement stemde in maart 2019 met 410 stemmen voor, met de laatste wissel voorzien in 2021.

Twee kanttekeningen. Ten eerste was die raadpleging geen representatief onderzoek maar een open online bevraging, waarbij zeventig procent van de antwoorden uit Duitsland kwam. Het was eerder een petitie dan een peiling, en de Commissie zegt dat zelf.

Ten tweede ligt het dossier sindsdien stil, en de reden is niet dat niemand wil stoppen met wisselen. De lidstaten raken het niet eens over wélke tijd het dan moet worden, en niemand wil een lappendeken van tijdzones. Precies dat zat ook in de Belgische enquête: tachtig procent vindt afstemming met de buurlanden belangrijker dan de eigen voorkeur.

In februari van dit jaar startte de Commissie een nieuwe studie, die eind 2026 klaar moet zijn. Reken er dus maar op dat je de klok volgend jaar opnieuw verzet.

Hoe je dit weekend het best aanpakt

Het goede nieuws mag er ook bij: dit is de makkelijke wissel. Omdat je interne klok van nature iets langer dan vierentwintig uur loopt, past een dag van vijfentwintig uur er beter bij dan een van drieëntwintig. Voor de meeste mensen is de aanpassing binnen een week rond.

Wat helpt, is simpel. Ga de drie dagen vóór de wissel telkens een kwartier later slapen en sta een kwartier later op, en verschuif ook je avondmaal mee — eten is voor je lichaam net zo goed een tijdssignaal als licht.

Sta op zondag op je gewone uur op in plaats van uit te slapen tot je zaterdagse wektijd, en ga meteen naar buiten. Een halfuur wandelen tussen half acht en negen doet meer dan welk supplement ook, en dat geldt ook op een grijze dag: buiten bij bewolking is nog altijd vele malen helderder dan binnen bij het raam.

Beperk daarna het licht in de avond, en vooral schermen in het uur voor het slapen. En hou er rekening mee dat je zondag en maandag achter het stuur slaperiger kan zijn dan je denkt.

Voor kinderen werkt hetzelfde, maar strakker: schuif bedtijd en maaltijden vanaf vier dagen op voorhand elke dag een kwartier op, en hou het avondritueel onveranderd. De voorspelbaarheid is het signaal, niet het uur op de klok.

Eén uur, en toch de moeite

Het blijft een vreemd onderwerp. We verzetten tweemaal per jaar een wijzer, bijna iedereen vindt het onzin, en al zeven jaar krijgt niemand het geregeld.

Maar wat eronder zit, is wel degelijk de moeite. Je biologische klok heeft elke ochtend licht nodig, en wij wonen in een land waar de klok sowieso drie kwartier voorloopt op de zon. Wie dat weet, kijkt anders naar de donkere maanden die eraan komen.

Je hoeft er niets ingewikkelds mee te doen. Zet je wekker zondag op je gewone uur, trek je jas aan en ga een halfuur naar buiten. En haal die fietslichten boven voor je maandag vertrekt.

Bronnen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Gerelateerde artikelen