Nu we met een nieuw design gestart zijn én ik ondersteuning krijg van een fantastisch team zijn we de laatste maanden goed bezig met het voorzien van content hier op Bye Bye Cheeseburger. En me likey!! In één van de laatste posts had ik het over appelazijn en hoe het een geweldig product is om toe te voegen aan je vaste waardes uit de keuken. Ook over avocado’s verscheen er wat, ook één van mijn favoriete producten en zoooooo goed voor je.
En dus dacht ik dat een receptje waar deze twee in voorkomen wel goed zou zijn. Zoals je misschien wel weet ben ik verzot op salades. Ooit was het mijn grootste zwakte, het maken van een salade. Het was vaak droog of smakeloos en ik vond het over het algemeen gewoon saai, zowel om te maken als voor de smaakpapillen. Tot ik mij erin verdiepte – soms is het zo simpel als zeggen ‘hey ik wil hier eigenlijk beter in worden’ – en de truckjes leerde kennen. Sindsdien ben ik helemaal verliefd geworden op het maken van salades. De combinaties zijn eindeloos!
Eén van de belangrijkste key-ingrediënten is de dressing. Eén van de redenen waarom salades soms als unhealthy bestempeld worden is omdat er vaak ongezonde prefab dressings voor gebuikt worden. Nochtans is het maken van een heerlijke dressing super simpel.
In deze post licht ik dan ook graag één van mijn favoriete dressings uit, tesamen met een slaatje dat hier in Ibiza heel vaak op mijn menu staat en welke ik ook vaak als side-dish presenteer.
Voor het maken van een dressing gebruik ik zoals altijd een blender. Zijnde dan wel een kleine blender. Dat is één van de redenen waarom ik steeds twee blenders aanraad; een grote voor beslag, smoothies voor meerdere persoon of eventueel zelfs soepen en puree en dergelijk, en dan een kleintje voor het maken van dressings, je ochtendsmoothie etc. Voor de kleine blender gebruik ik de DOMO Xpower. Eén van mijn meest gebruikte toestellen in de keuken, met krachtige messen en makkelijk proper te maken achteraf, alle onderdelen kunnen namelijk in de vaatwasmachine.
Recept linzensalade met avocado voor twee personen:
Voor de salade:
Twee kropjes Romeinse sla (die zijn normaal zo groot als je hand ongeveer)
Kook de linzen volgens de aanwijzingen op de verpakking gaar – probeer ze beetgaar te krijgen en zeker niet plat te koken, dat vraagt soms wat oefening – en laat ze afkoelen.
Snijd de kropjes salade in stukken en doe ze in een grote kom. Snijd nu ook de appel, de avocado en de augurken in stukjes, voeg toe. Meng alles onder elkaar.
Doe alle ingrediënten voor de dressing bij elkaar en mix tot een glad geheel.
Meng de dressing stuk voor stuk over het geheel zodat je zeker niet teveel gebruikt. Teveel dressing maakt het geheel soggy en dat wil je niet. Linzen zijn over het algemeen redelijk droog en dus kan het zijn dat je voor dit recept meer dressing dan gewoonlijk gebruikt. Dat is oké! Bewaar de rest van de dressing in de koelkast.
Vitamine D is een erg belangrijke vitamine voor ons lichaam. We weten allemaal dat we vitamine D kunnen halen uit de zon (een goed excuus om wat vaker de zon op te zoeken, wanneer we eigenlijk weer mogen!), maar wist je ook dat dat eigenlijk zelden voldoende is om genoeg vitamine D aan te maken, zeker in de winter? Als je weet dat deze vitamine heel wat voordelen oplevert voor je lichaam, dan kunnen we maar beter ons best doen om onze vitamine D waarden te boosten. Maar waarom is het zo goed voor je?
Wat is vitamine D eigenlijk?
Ok. Eerst even een kleine biologieles :-). Vitamine D is een steroïdhormoon geproduceerd uit cholesterol.
De twee meest voorkomende vormen van vitamine D zijn:
Vitamine D3 of cholecalciferol: deze vorm vind je in bepaalde dierlijke voeding zoals vette vis en eigeel;
Vitamine D2 of ergocalciferol: deze vorm vind je in sommige planten, paddenstoelen en gisten.
Van de twee vormen die je uit voeding kan halen blijkt D3 de meeste impact te hebben op het vitamine D-peil in ons bloed. Vooraleer het actief wordt, moet vitamine D nog twee stappen ondergaan: het wordt eerst in je nieren omgezet tot calcitriol, de actieve steroïde hormonale vorm van vitamine D. Calcitriol gaat dan in interactie met de vitamine D-receptor die in bijna alle cellen van je lichaam zit. Zodra de actieve vorm zich met een receptor bindt, zet het genen aan of uit in je cellen.
Hoe haal je voldoende vitamine D binnen?
Zoals je wel al eens hebt gehoord, trekt de zon je vitamine D-productie op gang, meer bepaald omdat cholesterol de ultravioletstraling B – of ook wel UVB stralen – van de zon nodig heeft om vitamine D te kunnen produceren. Woon je in een zonnige streek, dan zal je waarschijnlijk genoeg vitamine D kunnen produceren als je een paar keer per week in de zon zit, maar vergeet dan niet zoveel mogelijk van je lichaam aan de zon bloot te stellen; alleen je gezicht en handen zijn niet genoeg.
Ook zon achter een raam meepikken of onder een laag beschermende zonnecrème zorgt ervoor dat je lichaam minder vitamine D zal produceren. Natuurlijk moet je daar een beetje je gezond verstand gebruiken: zonnen met mate is gezond, maar onbeschermd en/of te lang zonnen zal je huid sneller doen verouderen en het risico op huidkanker verhogen.
Als je lang wil zonnen, kun je misschien het best de eerste tien tot 25 minuten (afhankelijk van hoe gevoelig je huid voor de zon is) zonder bescherming genieten van het zonlicht, en daarna toch maar zonnecrème smeren zodat je niet verbrandt. Bovendien is er na een 20 tot 30 minuten toch een stop op de aanmaak van vitamine D en heeft het dus geen nut om nog langer in de zon te blijven, in tegendeel, onbeschermd is dat zelfs gevaarlijk. In mijn boek “De Beste Jij” doe ik uitgebreid uit de doeken hoe je het beste uit de zon haalt en je toch maximaal beschermt.
Hoeveel vitamine D hebben we eigenlijk nodig? Algemeen wordt gesteld dat kinderen en tieners 600 Internationale Eenheden (IE), volwassenen tot 70 jaar 600 IE en volwassenen boven 70 jaar 800 IE nodig hebben. Belangrijk is wel dat de dosis die jij nodig hebt afhangt van hoeveel jij er in je bloed hebt, dus het is altijd aangewezen om een arts dit voor jou persoonlijk te laten bepalen op basis van een bloedonderzoek.
Te weinig vitamine D is gevaarlijk (maar veelvoorkomend).
Vitamine D kan lang worden opgeslagen in je lichaam, maar als je maar weinig zon ziet, zeker in de winter, moet je er toch extra aandacht aan besteden om voldoende te produceren en is het innemen van een vitamine D-supplement zeker geen slecht idee (vooral als je weet dat heel veel mensen een voortdurend tekort hebben eraan!).
In Nederland bijvoorbeeld heeft maar liefst 58,8 procent van de mensen, dat is dus meer dan de helft, een tekort. En dat hangt dan nog van de voorgestelde optimale waarde af. Er is namelijk best wel wat discussie over de ideale hoeveelheden van bepaalde vitamines. Maar welke visie je ook volgt, bij allemaal zien we hoge cijfers in de tekorten. Die hoge cijfers zijn goed te verklaren: we zien in de lage landen niet al te veel zon (vooral in de winter), en vitamine D is in niet zoveel voeding te vinden.
Hoe kun je merken dat je een Vitamine D tekort hebt?
Je voelt je moe, hebt overal pijntjes en je voelt je in het algemeen niet zo goed.
Het uit zich ook in ernstige spier- en botpijn; je kan maar moeilijk gaan en hebt moeite om de trap op te gaan. Ben je erg gevoelig voor stressfracturen, vooral in je benen, heup en je bekken, dan kan dat ook te wijten zijn aan een tekort.
Verder zijn ook de lange termijneffecten niet mals. Vitamine D speelt een gigantisch grote sleutelrol in onnoemelijk veel processen in je lichaam. Ook kleinere tekorten kunnen op langere termijn grote negatieve effecten hebben. Hierdoor voel je misschien wel jaren lang niets terwijl je lichaam al veel langer afziet van de tekorten.
Het is dus niet simpel om er op een natuurlijke manier genoeg van te produceren. Maar dat wil niet zeggen dat ook kleine beetjes niet kunnen helpen.
Je kan het uit bepaalde voeding halen, zoals uit levertraan (1 theelepel is goed voor 227 procent van de dagelijks bevolen hoeveelheid!), 85 gram zalm (75 procent van de dagelijks bevolen hoeveelheid), tonijn (26 procent van de dagelijks bevolen hoeveelheid), 85 gram gekookte runderlever (7 procent), 1 groot ei en 1 sardien (allebei 7 procent).
Vette vis vormt dus een goede bron van vitamine D, maar eigenlijk zou je dat bijna dagelijks moeten eten om genoeg vitamine D te kunnen produceren. Levertraan vormt dus de meest efficiënte manier om vanuit voeding genoeg voorraad aan te leggen.
Vitamine D is goed voor je botten
Vitamine D speelt een erg belangrijke rol in de gezondheid van je botten en vermindert het risico op osteoporose. Het hormoon helpt mineralen zoals calcium en fosfor uit voeding beter op te nemen, twee stoffen die erg belangrijk zijn voor gezonde botten. Onderzoek heeft al aangetoond dat mensen met lage vitamine D-waarden vaker last hebben van meer botverlies en dat mensen die vitamine D-supplementen innemen tussen 23 en 33 procent minder kans hebben tot botbreuken. Het innemen van vitamine D-supplementen blijkt ook botbreuken beter te doen genezen, vooral bij mensen met een laag vitamine D-peil.
Vitamine D helpt tegen diabetes 1 en 2
Zowel bij diabetes 1, de genetische en dus aangeboren auto-immuunziekte die de insuline producerende cellen in de alvleesklier vernietigt, als bij diabetes 2, de ziekte die zich in de loop van de tijd ontwikkelt, speelt vitamine D een belangrijke rol op de ziekte. Bij diabetes 1 blijkt het zo dat mensen met een laag vitamine D-peil een ergere vorm van diabetes kregen. Baby’s en peuters die een vitamine D-supplement toegediend kregen lopen een indrukwekkend lager risico (29 tot 88 procent) om diabetes 1 te ontwikkelen dan kinderen die geen supplement krijgen.
Hier moet ik wel vermelden dat nog verder onderzoek moet gebeuren op de link tussen vitamine D en diabetes 1. Bij diabetes 2 zou vitamine D heel efficiënt zijn om mensen te beschermen tegen de ziekte, omdat het de insulineresistentie vermindert en dus een positieve impact heeft op de bloedsuikerregeling.
Vitamine D verlaagt mogelijk het risico op sommige kankers en andere ziektes
Een studie toonde aan dat een inname van vitamine D en calcium het risico op kanker verlaagt met 60 procent. Het zou ook het risico op overlijden aan kanker kunnen verlagen en de groei van kanker kunnen vertragen. Er zijn echter ook studies waarin geen beschermende effecten tegen kanker werd gevonden, dus dit specifieke verband moet nog verder worden onderzocht. Sowieso is het hier ook aangeraden om ook je levensstijl zo gezond mogelijk te houden, omdat dat ruimschoots bewezen is dat dat het risico op kanker verlaagt, denk maar aan gezonde voeding en voldoende bewegen, stress verminderen, voldoende zuurstof opdoen enzovoorts..
Een dagelijkse dosis verlaagt ook de kans op astma-aanvallen, hartziekten, kan chronische pijn verminderen en kan beschermen tegen de ziekte van Parkinson en multiple sclerose.
Vitamine D is goed voor je hart
Een studie wees uit dat het risico op hartaanvallen bij mannen twee keer zo groot was bij diegenen met een te laag vitamine D-gehalte. Een andere studie toonde dan weer aan dat mensen met een te laag gehalte 153 procent meer kans hadden (!) op een hartziekte, zeker in combinatie met een hoge bloeddruk. Toch heeft het innemen van supplementen weinig invloed op het verminderen van hartziektes; doorslaggevend is of je natuurlijke peil vanzelf hoog of laag is. Ook hier blijken vooral ook andere levensgewoonten belangrijk te zijn, zoals gezond eten en voldoende bewegen (al kan het innemen van een supplement zeker geen kwaad).
Vitamine D verlaagt mogelijk het risico op vroegtijdig sterven
Vitamine D kan je leven verlengen! Meerdere onderzoeken tonen aan dat er een belangrijk verband is tussen vitamine D en het risico op vroegtijdig overlijden: mensen die vitamine D-supplementen namen bleken 6 procent minder kans te lopen op vroegtijdig overlijden.
Vitamine D kan voor sterkere spieren zorgen
Onderzoek toont aan dat de ‘zonnevitamine’ ook onze spierkracht zou versterken in zowel het boven- als onderlichaam. Mensen die van een laag vitamine D-peil vertrekken en een supplement innemen zouden hier het meest verschil ondervinden.
Bij oudere mensen zou een dagelijkse dosis voldoende zijn om hen beter te beschermen tegen valpartijen, bij jongere mensen moet naar alle waarschijnlijkheid een veel hogere dosis worden ingenomen om echt resultaat te zien in de spierkracht (maar dit moet nog verder worden onderzocht).
Vitamine D heeft een positieve impact op depressie
Vitamine D zou ook een belangrijke rol kunnen spelen in de regeling van onze emoties en het voorkomen van een depressie. Een onderzoek bij mensen met een depressie toonde aan dat de symptomen verbeterden nadat ze een supplement innamen.
Vitamine D stimuleert gewichtsverlies
Verrassend misschien, deze laatste, maar een studie toonde aan dat mensen die dagelijks een calcium- en vitamine D-supplement innamen meer gewicht konden verliezen dan de mensen die de placebo innamen. Volgens de onderzoekers zouden de twee stoffen de eetlust onderdrukken.
Kortom: besteed aandacht aan die vitamine D, want we hebben hem écht nodig om gezond te zijn!
Een belangrijke studie van de Washington University in St. Louis toont een verband aan tussen teamsport, de vergroting van de hippocampus bij kinderen en minder depressie bij jongens tussen 9 en 11 jaar. Andere studies toonden al aan dat beweging een positief effect heeft op depressie en de ontwikkeling van de hippocampus bij volwassenen, maar nu is dus voor het eerst aangetoond dat teamsport een gelijkaardig werking heeft tegen depressie bij pretieners.
De link tussen de hippocampus en depressie
De prepuberteit en puberteit kunnen voor veel kinderen enorm uitdagend zijn: hun lichaam ondergaat zoveel veranderingen, hun hormonen slaan op hol en ze kunnen gevoeliger zijn voor angst en depressies. Veel van die pubers en prepubers worden daarbij niet genoeg of juist geholpen: maar liefst 60 procent van de Amerikaanse kinderen met een depressie blijft onbehandeld.
De hippocampus ligt aan de binnenkant van de slaapkwab en wordt ook wel het zeepaardje genoemd omwille van de gelijkaardige gekromde vorm. Als mens hebben we dus in elke hersenhelft een hippocampus liggen. Het is een klein gebied in de hersenen dat verantwoordelijk is voor het aanmaken en ophalen van herinneringen en voor onze emotionele reacties. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het juist dat gebied is dat bij volwassenen met een depressie gekrompen is.
Teamsport leidt tot een grotere hippocampus
De studie van de Washington University bouwt hierop voort en baseert zich op een grootschalig onderzoek van de Adolescente Brein- en Cognitieve Ontwikkelingsstudie bij 4,191 kinderen tussen 9 en 11 jaar waarbij ouders informatie doorgaven over hun kind en aangaven of ze al dan niet een sport of een andere activiteit uitoefenden en symptomen van depressie vertoonden.
Ze komen tot straffe vaststellingen wat betreft de link tussen sport, de hippocampus en depressie bij pretieners: kinderen die aan teamsport deden hadden een grotere hippocampus in vergelijking met kinderen die een niet-sportieve naschoolse activiteit deden, en er werden minder depressies vastgesteld bij jongens. Met andere woorden: kinderen die bijvoorbeeld muziek of kunst deden als hobby, vertoonden geen groter volume van de hippocampus. Met teamsport gaat het om de meer gestructureerde en gedisciplineerde sporten die op vaste regelmaat plaatsvinden en sociale interactie impliceren en met duidelijke spelregels werken.
Het feit dat er minder depressies bij jongens werden vastgesteld kan aangeven dat pretieners met een aanleg voor depressie minder geïnteresseerd zijn in teamsportactiviteiten. Toch benadrukken de onderzoekers dat de link tussen gestructureerde sport en minder depressies bij jongens in de richting wijst dat de combinatie van bewegen met de steun van een sociaal netwerk of een bepaalde sociale structuur een goede behandeling of preventie kan vormen van depressies bij jongeren.
Het onderzoek toonde ook een aanzienlijk verschil tussen jongens en meisjes: bij beide was de hippocampus groter in geval ze teamsport deden, maar alleen bij jongens was er een duidelijke antidepressief effect vast te stellen. Een verklaring kan zijn dat meisjes door andere factoren depressief worden, of dat het effect bij meisjes misschien maar op een later moment in hun ontwikkeling voordoet.
Waarom teamsport zo positief is
Waarom juist teamsport zo’n positief effect heeft, ligt volgens experts aan verschillende belangrijke aspecten: je moet rekening houden met de spelregels en met je medespelers, je moet leren vertrouwen krijgen in je teamgenoten, empathie opbrengen als ze eens niet kunnen scoren… Je leert dus niet alleen jezelf op sociaal en emotioneel vlak te reguleren, maar leert ook met de ander om te gaan. De onderzoekers stelden vast dat de kinderen daarom niet per se tot de beste spelers moesten behoren om er al voordelen uit te halen: het feit dat ze deel uitmaakten van een team zorgde er al voor dat ze zich minder alleen voelden en een beter zelfbeeld hadden.
Opvallend was dat kinderen die niet-sportieve activiteiten (kunst, muziek) of individuele sporten deden geen gelijkaardige voordelen vertoonden. De niet-sportieve activiteiten werden zelfs geassocieerd met een verminderd volume van de hippocampus of een hoger aantal depressies. Het volstaat dus niet om je kind iets sportiefs te doen wil je deze voordelen eruithalen: het is vooral het deelnemen aan een teamsport dat belangrijk is, omdat het sociaal-emotionele aspect met de fysieke inspanning gecombineerd wordt. Toch wil dat niet zeggen dat onderzoekers de niet-teamsporten of de niet-sportieve activiteiten afraden, omdat die evengoed positieve effecten hebben op andere gebieden van het brein.
Eén ding is zeker: in dit digitale tijdperk kan het deelnemen aan een teamsport helpen om te leren omgaan met allerlei situaties in real-life. Kinderen leren er omgaan met lichaamstaal en echte emoties, dingen die ze in de virtuele wereld missen. Ze leren inzien dat samenwerken voor één gemeenschappelijk doel waardevol is, en leren daardoor ook communiceren en met de ander samenwerken, vaardigheden die hen later alleen maar veerkrachtiger kunnen maken.
Wist je dat azijn al eeuwenlang als een medicijn wordt gebruikt en appelazijn in het bijzonder de laatste jaren immens populair is onder bloggers zoals Renske Kroes omdat het zo gezond zou zijn? Het zou een antioxidante en ontgiftende werking hebben, helpen bij gewichtsverlies, cholesterol verminderen, de bloedsuikerspiegel verlagen en symptomen van diabetes verbeteren.
In werkelijkheid blijkt dat het weinige wetenschappelijk onderzoek over appelazijn bestaat uit ofwel kleine studies naar het effect ervan op korte termijn (niet langer dan drie maanden) ofwel uit onderzoek uitgevoerd op dieren. Wat zijn de mogelijke voordelen en hoe moeten we ze inschatten?
Wat maakt appelazijn gezond?
Appelazijn is gemaakt op basis van gegiste appels: de suikers fermenteren tijdens het gisten en worden zo omgezet tot alcohol. Vervolgens worden er bacteriën aan toegevoegd die de alcohol op zijn beurt fermenteren, wat het omzet tot azijnzuur. Onderzoekers gaan ervan uit dat het dat azijnzuur is dat appelazijn zo gezond maakt. Sommige mensen gaan er dan weer van uit dat het vooral ‘De Moeder’ is die zo gezond is, de onheldere substantie die rondzweeft in organische, ongefilterde appelazijn en strengen van eiwitten, enzymen en goede bacteriën bevat, maar daarover bestaan er geen wetenschappelijke studies.
Appelazijn bevat op zich niet veel vitamines of mineralen, maar wel een kleine hoeveelheid potassium, een heel belangrijk mineraal dat helpt de vloeistofbalans, de zenuwsignalen en spiersamentrekkingen in ons lichaam te reguleren. Appelazijn van goede kwaliteit kan daarnaast ook een aantal aminozuren en antioxidanten bevatten.
De 5 voordelen van (appel)azijn
1. Het zou helpen bij het doden van schadelijke bacteriën
De reden waarom azijn (en dus niet alleen specifiek appelazijn) vroeger zo vaak werd bovengehaald om allerlei ziektes zoals wratten of oorinfecties te bestrijden is om de reinigende en ontsmettende werking: Hippocrates himself, de vader van de moderne geneeskunde, gebruikte het meer dan tweeduizend jaar geleden om wonden schoon te maken. Azijn werkt ook goed om voedsel te bewaren: het houdt bacteriën zoals E.coli tegen om te kunnen groeien. Het is dus een goed natuurlijk bewaarmiddel.
2. Het kan de bloedsuikerspiegel verlagen en diabetes helpen beheren
Een aantal studies suggereren dat azijn pieken in de bloedsuikerspiegel voorkomt en mensen met prediabetes en type 2-diabetes kan helpen. Bij type 2-diabetes krijgen mensen hoge pieken in hun bloedsuikerspiegel omdat ze insulineresistent zijn of geen insuline kunnen aanmaken. Tegelijk is het onder controle houden van de bloedsuikerspiegel ook goed voor mensen zonder diabetes, omdat onderzoekers geloven dat een hoge bloedsuikerspiegel de grootste oorzaak is van veroudering en van verschillende chronische ziektes.
De meest efficiënte en gezonde manier om het bloedsuikerpeil te regelen blijft voor alle duidelijkheid het vermijden van geraffineerde koolhydraten en suiker. Daarnaast zijn er een aantal kleine onderzoeken gedaan rond het effect van azijn op de bloedsuikerspiegel: één studie stelt vast dat de gevoeligheid voor insuline stijgt met 19 tot 34 procent tijdens het eten van een koolhydraatrijke maaltijd, terwijl een andere kleine studie bij vijf gezonde mensen vaststelde dat de azijn de bloedsuikerspiegel met 31 procent deed dalen nadat ze 50 gram wit brood hadden gegeten. Nog een aantal andere kleine studies bij mensen tonen aan dat de azijn de insulinefunctie kan verbeteren en het de bloedsuikerspiegel na maaltijden kan doen dalen. Er zijn dus mooie aanwijzingen dat azijn (en dus niet specifiek appelazijn) hier een positief effect uitoefent, maar het dat wil nog niet zeggen dat je jouw huidige medicatie zomaar mag laten vallen indien je aan diabetes of prediabetes lijdt.
3. Het zou helpen bij gewichtsverlies
De bekendste studie dateert van 2009 en onderzocht 175 mensen die elke dag geen, één of twee theelepels azijn per dag dronken. Na drie maanden hadden de mensen die de azijn hadden gedronken meer gewichtsverlies (tussen 0,9 tot 1,7 kg) en een lager triglycerideniveau dan de mensen die geen azijn hadden gedronken. Triglyceriden zijn vetten die vooral dienen om energie aan te leveren en die we hoofdzakelijk uit onze voeding halen. Een teveel stapelt zich op in onze weefsels en ontwikkelt zich dan tot een vetreserve. Het zijn vetten die onder andere een rol spelen in het ontstaan van slagaderverkalking. In combinatie met een te lage HDL-cholesterol (de “goede” cholesterol) wordt het negatieve effect van de triglyceriden nog groter. Voldoende HDL-cholesterol is dus ook heel belangrijk.
Een andere kleine studie stelde vast dat het drinken van azijn een voller gevoel stimuleerde na het eten, zij het wel door een gevoel van misselijkheid te creëren (omwille van het zuur, weet je wel). Geen van die studies onderzochten specifiek appelazijn. Nog een andere kleine studie onderzocht 39 mensen die gedurende drie maanden een laagcaloriedieet volgden met appelazijn en een laagcaloriedieet zonder appelazijn. De mensen die het dieet mét appelazijn hadden gevolgd hadden meer gewicht verloren, maar net als de andere studies ging het om een kleine kortetermijnstudie.
Kortom: het is vooral je volledige levensstijl en je eetpatroon die een effect hebben op gewichtsverlies op lange termijn, en niet zozeer het toevoegen of weglaten van één enkel bestanddeel.
4. Het zou de gezondheid van het hart bij dieren verbeteren
Hart- en vaatziekten blijven doodsoorzaak nummer 1 bij de mens. Onderzoek suggereert dat azijn een aantal risicofactoren zou kunnen verminderen door bijvoorbeeld het cholesterol- en triglyceridepeil naar beneden te halen. Het zou ook een positief effect hebben op de bloeddruk. Belangrijk is wel toe te voegen dat het onderzoek alleen bij dieren is uitgevoerd. Of het dus echt een positief effect heeft op mensen moet nog verder onderzocht worden.
5. Het zou helpen bij een gezondere huid
Ook hier opnieuw is meer onderzoek nodig. De huid is lichtjes zurig en topische appelazijn zou de natuurlijke PH-waarde van de huid helpen herstellen, specifiek in het geval van een droge huid of eczeem. Ook bij acne zou de ontsmettende werking van azijn kunnen worden ingezet. Maar zoals gezegd blijft het onderzoek hiernaar heel beperkt: een studie met 22 mensen die eczeem hadden toonde juist het tegendeel aan, namelijk dat appelazijn de huidzuurtegraad niet herstelde en juist irritatie veroorzaakte.
Wat is nu the deal met appelazijn? 3 dingen die je moet weten!
Je leest het al: echt doorslaggevend onderzoek is er nog niet. Wat vaststaat is dat het zeker gezonde bestanddelen bevat en voor het grootste deel niet schadelijk is, maar dat je wel moet opletten bij gebruik. Het veiligst is om appelazijn gewoon te integreren in je voedingspatroon terwijl je kookt: gebruikt het in saladedressings of in bijvoorbeeld zelfgemaakte gezonde mayonaise.
Drink het nooit puur! Dat is omwille van het zuur zowel voor je maag als voor je tandglazuur echt geen aanrader. Onaangelengde azijn drinken en daarna je mond niet met water spoelen kan op termijn je glazuur van je tanden beschadigen.
Voor mensen die medicatie nemen om het potassiumpeil te verlagen (zoals middelen die gebruikt worden om een hoge bloeddruk te behandelen) kan het juist een te laag potassiumpeil veroorzaken en dus gevaarlijk zijn. Raadpleeg dus zeker hierover je arts als je twijfelt.
Azijn kan het suikerpeil in je bloed beïnvloeden. Vooral mensen met diabetes moeten hiermee opletten en niet zomaar zelf aan de slag gaan met een dieet met veel azijn.
Kortom: gebruik je gezond verstand en let dus vooral op een gezonde, evenwichtige levensstijl. Het is tot nu toe nog nooit gebeurd dat we miraculeus kunnen afvallen door één wondermiddel toe te voegen aan ons eetpatroon. Maar wie al een gezonde levensstijl integreert die kan zeker nog wat extra goeds doen door af en toe wat appelazijn toe te voegen. Ik ben zelf een grote fan van gefermenteerde producten toe te voegen aan mijn eetpatroon. Bovendien is appelazijn heel lekker en vormt het de perfecte basis voor een gezond dressing!
Gezond ontbijt: er is al heel wat over geschreven. We hebben lang te horen gekregen dat je het best ontbijt zodra je opstaat om je metabolisme terug in gang te krijgen, maar dat idee is achterhaald, zo zijn wetenschappers het eens, en vooral een verhaal van goede marketing van de ontbijtgranenproducenten. Wanneer je ontbijt – en zelf de vraag óf je ontbijt – is dus minder van belang, zolang je maar kiest voor een ‘goed’ ontbijt.
Kies voor een goed ontbijt
De reden waarom die eerste maaltijd van de dag zo belangrijk is, is omdat hij voor de rest van de dag de toon zet voor onze bloedsuikerspiegel. Je zorgt er het best voor dat je die niet meteen de hoogte laat inschieten door voor voeding te kiezen met een hoge glycemische index (en te kiezen voor ontbijtgranen met veel suiker of koffiekoeken bijvoorbeeld).
Een gezond ontbijt helpt je je gewicht én je bloedsuikerspiegel onder controle te houden en geeft je de nodige vitamines en mineralen die je nodig hebt om helder te kunnen denken. Een slecht ontbijt heeft andere plannen: het brengt je metabolisme uit evenwicht, zal je doen bijkomen en zal je futloos en moe doen voelen.
Met andere woorden: de dag beginnen met voeding met een lage glycemische index is het grootste geschenk dat je je lichaam én je geest kan doen! Stel een bordje samen op basis van voeding met een lage glycemische index zoals fruit en groenten, peulvruchten (linzen, bonen, linzen), noten en zaden, eieren en volle granen.
5 Easy ontbijtreceptjes
Ik geef je alvast deze vijf gezonde ontbijtreceptjes mee. Ze bevatten allemaal een combinatie van voedingsstoffen met een lage glycemische index en zijn gemakkelijk klaar te maken (soms de dag van tevoren). Een ideale start dus van je dag! Er is voor elk wat wils: lust je eerder een hartig ontbijt, dan kan je perfect gaan voor eieren of groenten als ontbijt. Heb je het liever wat ‘zoeter’ (maar niet te zoet ;-), dan kan je kiezen voor de chiapudding, yoghurt met granola of de havermoutpap. Smakelijk!
Chiapudding
Ik zou het mijn favoriete ontbijtje allertijden durven noemen:
Een van mijn favoriete ontbijtjes en een gouden combo: eieren, avocado’s en zoete aardappel. Heerlijk vullend en ook voor mannen een killer combo om ze gezond te laten ontbijten!
Groenten zijn de sleutel tot een gezonde levensstijl en wie zijn dag kan starten met een stevige portie die heeft al half gewonnen. Heb je ene beetje meer tijd ’s ochtends probeer dan deze ontbijtrisotto eens.
Havermoutpap is een heerlijk vullend ontbijt waarin je bovendien nog eens makkelijk kan variëren naar je eigen smaak. In dit receptje vind je verschillende manieren om je havermoutpap een twist te geven.
Lezen was niet altijd m’n ding. Ik was als kind zeker geen lezer en zelfs in mijn volwassen levensjaren heeft het lang geduurd vooraleer ik echt de kriebel te pakken kreeg. Ik denk dat dat komt omdat ik nooit echt m’n genre vond. Occasioneel las ik wel eens een boek en op vakantie misschien wel meerdere maar ik kan me boeken herinneren waar ik langer dan een jaar over deed om ze uit te lezen, eens ik weer thuis was uit het buitenland bijvoorbeeld.
Tot ik non-fictie boeken begin te lezen. Eerst vooral food- en health gerelateerd toen ik mijn passie voor gezonde voeding begon te verdiepen en nu vooral wat ik noem ‘soul-books’. Dat zijn boeken die meestal over het leven, introspectie, mindset en spiritualiteit gaan. En daarvan heb ik er 5 opgelijst hieronder. Niet enkel zijn ze inhoudelijk zo sterk, maar het lezen an sich is enorm ontspannend. Ze geven hoop, controle en vrijheid in je denken.
De opvolger van zijn eerste boek ‘The Power Of Now’. Over de kracht van hier en nu te leven maar ook praktisch hoe je jezelf dat kan aanleren. Het boek leert je hoe je je ego herkent, het stuk van je dat zichzelf voedt met drama, en ook hoe je dit meer en meer kan loslaten. Heel boeiend is ook hoe hij vertelt over ’the painbody’ of ook wel het pijnlichaam genoemd. Een soort geheugen aan pijnlijke verhalen uit het verleden, wat zichzelf in stand houdt door zich te voeden met dezelfde pijnlijke verhalen.
Een boek dat iedereen zou moeten lezen. Zowel voor New Earth als voor The Power Of Now heb ik echt mijn tijd genomen om het te laten inzinken. Het zat letterlijk maanden lang in mijn handtas en ik las er de ganse tijd kleine stukjes in.
Oh wat heb ik genoten van dit boek. Voor iedereen die al wat met meditatie bezig is kan dit boek een ware verdieping zijn van je practice. Het geeft een prachtige kijk op het leven en het kan je ook helpen om beter om te gaan met emoties.
Hij legt prachtig uit hoe je je openheid moet bewaren wanneer iets je pijn doet. Alleen dan kan de emotie door je heen gaan en vermijd je een opeenstapeling ervan.
Een prachtig boek, in kleine hoofdstukjes opgedeeld, leest heel makkelijk en voedt de ziel.
Deze Mexicaanse schrijver schrijft over de filosofie van de tolteken. Een oude beschaving in Mexico omstreeks de tiende tot de twaalfde eeuw. Het gaat in dit boek om de ‘vier inzichten’. Vier levensregels die je leven beter maken. ‘Be impecable with your word’, ‘Don’t take anything personally’, ‘Never assume’ en ‘Always do your best’. Of in het Nederlands: ‘Wees onberispelijk in je woorden’, ‘Vat niets perssonlijk op’, ‘Maak geen assumpties’, ‘Doe altijd je best.’.
Mooie levenswijsheden in een boek gegoten dat iedereen zou moeten lezen. Heel makkelijk geschreven (daarom ook makkelijk in het Engels te lezen, als je je Engels wat wil bijschaven tegelijkertijd). Ik ben een groot voorstander om te lezen in de taal waarin het boek oorspronkelijk geschreven werd. Bij deze is dat het Spaans, dus als je Spaans goed genoeg is: go for it. Zelf ben ik nu het vervolg in het Spaans aan het proberen: El Quinto Acuerdo.
Katie Byron is een Amerikaanse spreekster die bekend staan voor ’the work’. Het boek bestaat uit theorie over ’the work’ aangevuld met transcripties van gesprekken meet mensen over allerhande verschillende thema’s die spelen in het leven van mensen.
Het komt altijd neer op vier vragen: ‘Is it true?’, ‘Can I absolutely know it is true?’, ‘How do I react when I think that thought?’ en ‘Who would I be without that thought?’.
Een mooi boek vol relativerende inzichten. Aangevuld met praktische tips hoe je zelf ’the work’ kan toepassen op je leven.
Momenteel op nummer 1 van de mooiste boeken die ik ooit gelezen heb. Insprirerend, prachtig geschreven met heel mooie en verzachtende inzichten. Het boek bestaat uit allemaal kleine hoofdstukjes waarin Glennon Doyle schrijft over haar leven. Ongelooflijk herkenbaar, hoopgevend en hartverwarmend. Ik heb ongelooflijk veel gehuild bij dit boek. Een absoluut groots schrijftalent. Het boek is denk ik eerder voor vrouwen, maar ook als man kan je er ongetwijfeld heel wat uit halen.
Het is mijn favoriete boek om kleine stukjes uit voor te lezen aan anderen – ik hou namelijk van voorlezen, hihi.